Franchise

26 januari 2022

Wet franchise en het informeren van de franchisenemers tijdens de franchise

Franchise

Jan-Willem Kolenbrander

Op 1 januari 2021 is de Wet franchise ingegaan. Volgens de Memorie van Toelichting [1] is het doel van deze wet om knelpunten bij de franchisesamenwerking tegen te gaan. Eén van de gevolgen van de introductie van de Wet franchise is dat de franchisegever tijdens de looptijd van de franchiseovereenkomst bepaalde informatieverplichtingen krijgt toegeschoven. Maar welke informatieverplichtingen zijn dat precies?

Een franchisegever doet er altijd verstandig aan om voortdurend in contact te blijven met haar franchisenemers. Dit onder meer om de franchisenemers continue te kunnen informeren over relevante ontwikkelingen en wijzingen in de franchiseformule. Voorbeelden van dergelijke relevante ontwikkelingen zijn aanpassingen in de huisstijl of de te verkopen goederen en diensten (assortiment), voorgenomen wijzigingen in de franchiseovereenkomst of de introductie van een afgeleide formule. Tot 1 januari 2021 bestonden er geen specifieke wettelijke informatieverplichtingen waaraan een franchisegever diende te voldoen tijdens de looptijd van de franchise, doch dat is veranderd toen de Wet franchise van kracht werd.

Zo zijn in artikel 7:916 van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) – klik hier voor de volledige wettekst – diverse informatieverplichtingen opgenomen waaraan de franchisegever dient te voldoen gedurende de looptijd van de franchiseovereenkomst. Zo moet de franchisegever de franchisenemers ‘tijdig’ informeren over: i) voorgenomen wijzigingen van de franchiseovereenkomst, ii) van de franchisenemer verlangde investeringen, iii) het voornemen om een afgeleide formule in gebruik te nemen, iv) overige relevante informatie, en v) in hoeverre de opslagen of andere financiële bijdragen, die de franchisenemers het vorige boekjaar hebben betaald aan de franchisegever, diens kosten en investeringen hebben gedekt.

Met name punt iv) springt daarbij in het oog, omdat het een (zeer) breed geformuleerde ‘veeg’-informatieverplichting betreft voor de franchisegever. Franchisegevers doen er dan ook verstandig aan om steeds bij zichzelf te raden te gaan of er nog relevante informatie is die gedeeld dient te worden met de franchisenemers.

Wat betreft het criterium ‘tijdig’: de wetgever heeft op dat punt geen concrete termijnen opgenomen in de Wet franchise, dus er zal per geval beoordeeld dienen te worden in hoeverre hieraan is voldaan door de franchisegever. Een uitzondering hierop betreft uiteraard punt v): elk jaar zal een franchisegever inzicht moeten geven.

Omdat de Wet franchise per 1 januari 2021 van kracht is geworden, dienen franchisegevers vanaf dat moment te voldoen aan voornoemde informatieverplichtingen. Er geldt geen overgangsperiode, zoals het geval is bij andere verplichtingen uit de Wet franchise. Dat betekent dus dat een franchisegever steeds weer moeten inventariseren of er op grond van de Wet franchise aanleiding is om de franchisenemers te informeren, teneinde te voorkomen dat er in strijd met de wet wordt gehandeld.

Jan-Willem Kolenbrander

Advocaat franchise-recht en commerciële contracten

[1] Memorie van Toelichting

Laatste nieuws

Franchise

Verjaringsperikelen bij prognose-zaken

Indien een franchisenemer bij het aangaan van de franchiseovereenkomst ondeugdelijke prognoses heeft gekregen van zijn franchisegever kan hij in sommige gevallen de franchiseovereenkomst vernietigen op grond van dwaling. Maar dat moet hij dan wel binnen een bepaalde termijn doen. Is de franchisenemer te laat met zijn beroep op dwaling dan is zijn vordering verjaard.

25 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisegever moet schadevergoeding voldoen omwille van onregelmatige beëindiging

Het onregelmatig beëindigen van een franchiseovereenkomst zorgt er voor dat de partij, die ten onrechte beëindigt, schadeplichtig wordt jegens de andere partij. En dat kan grote financiële gevolgen hebben, zoals ook blijkt uit de casus die in deze blog wordt besproken.

9 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisenemer vraagt tevergeefs vernietiging non-concurrentiebeding

Een postcontractueel non-concurrentiebeding is een beding dat een franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst verbiedt om met de formule concurrerende activiteiten te ontplooien. Een franchisenemer die is gebonden aan een dergelijk postcontractueel non-concurrentiebeding kan zich op allerlei standpunten stellen om de werking van dit beding aan te tasten. Vaak blijkt echter dat deze standpunten niet tot het gewenste resultaat leiden, te weten het terzijde schuiven van het postcontractuele non-concurrentiebeding, zoals ook blijkt uit de volgende casus.

6 oktober 2022

Meer hierover