Franchise

22 augustus 2022

De eerste klap is niet altijd een daalder waard

Franchise

Jan-Willem Kolenbrander

Komt de franchisenemer of de franchisegever zijn verplichtingen uit hoofde van de franchiseovereenkomst niet na dan schiet deze partij tekort. De andere partij kan dan tot ontbinding van de overeenkomst overgaan. Is de franchisenemer of franchisegever echter van mening dat die ontbinding onterecht is dan kan hij zelf tot ontbinding van de franchiseovereenkomst overgaan. Achteraf zal dan bepaald moeten worden welke ontbinding van de overeenkomst rechtsgeldig is en dan blijkt dat de eerste klap niet altijd een daalder waard is.

Casus

In dat kader kan verwezen worden naar een kwestie bij de rechtbank Limburg (ECLI:NL:RBLIM:2022:5225klik hier voor het volledige vonnis). Een franchisenemer had een franchiseovereenkomst gesloten met een franchisegever voor een periode van 5 jaar. Ruim voor de afloop van deze overeenkomst gaf de franchisenemer aan deze te willen beëindigen omdat hij naar eigen zeggen geen voordeel had van de franchise. Ook zou de franchisegever niet voldoen aan haar verplichtingen richting de franchisenemer. De franchisenemer gaf de franchisegever dan ook twee maanden de tijd om alsnog de (vermeende) tekortkomingen te verhelpen. In de tussentijd schortte de franchisenemer de betaling van de franchise fee op.

Nadat de franchisenemer drie termijnen aan franchise fee onbetaald had gelaten, ontbond de franchisegever de franchiseovereenkomst. Ook maakte de franchisegever aanspraak op betaling van alle franchise fee tot en met het einde van de contractuele looptijd van de franchiseovereenkomst. Dat deed zij op basis van een regeling in de franchiseovereenkomst die (feitelijk) bepaalde dat de franchisegever het recht had de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden als er vier termijnen aan franchise fee onbetaald waren gelaten door de franchisenemer. In het geval van ontbinding wegens betalingsachterstanden mocht de franchisegever als boete ook alle franchise fee vorderen tot het einde van de contractuele looptijd, ondanks dat het contract dus voortijdig werd ontbonden.

Maar drie termijnen franchise fee onbetaald laten is niet hetzelfde als vier termijnen onbetaald laten. De franchisegever ontbond dus eigenlijk (te) snel de overeenkomst. Een dag later ontbond de franchisenemer zelf de franchiseovereenkomst op grond van de eerdergenoemde (vermeende) tekortkomingen aan de zijde van de franchisegever.

Rechtszaak

In de gerechtelijke procedure die hierop volgde, stond onder meer ter discussie welke partij rechtsgeldig de franchiseovereenkomst had ontbonden. Was dat de franchisegever of de franchisenemer?

Aldus de rechter was er ten tijde van de ontbinding van de franchiseovereenkomst door de franchisegever geen sprake van een betalingsachterstand van vier termijnen. De ontbinding door de franchisegever op die grond is dus niet rechtsgeldig geweest.

Hoewel een onterechte ontbinding van de franchiseovereenkomst door de ene partij in beginsel automatisch de ontbinding rechtvaardigt door de andere partij blijkt deze zaak vervolgens een ietwat andere route op te gaan. Wellicht aangezien de franchisenemer diens ontbinding niet had gebaseerd op de eerdere (onterechte) ontbinding door de franchisegever, maar kennelijk alleen op voornoemde (vermeende) tekortkomingen. De (onterechte) ontbinding van de franchisegever speelt dan kennelijk geen enkele rol bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de ontbinding van de franchiseovereenkomst door de franchisenemer.

De rechter dient dan ook alleen te beoordelen of er inderdaad sprake is geweest van tekortkomingen aan de zijde van de franchisegever. Die blijken er volgens de rechtbank niet te zijn, dus ook de ontbinding van de franchisegever is niet rechtsgeldig.

Dus zowel de ontbinding van de franchiseovereenkomst door de franchisegever als door de franchisenemer blijken achteraf helemaal niet rechtsgeldig te zijn en de franchiseovereenkomst is dus nooit komen te eindigen. Wel spreekt de rechter zelf de ontbinding van de franchiseovereenkomst uit op verzoek van de franchisegever omdat de franchisenemer op het moment van het wijzen van vonnis sinds lange tijd de franchise fee niet meer betaalde. Ook moet de franchisenemer de gevorderde franchise fee voldoen terwijl in essentie de franchisegever op onterechte gronden de franchiseovereenkomst had ontbonden.

Kortom

Bij het ontbinden van een overeenkomst is de eerste klap niet altijd een daalder waard. In voornoemde kwestie bleek zelfs de tweede klap geen daalder waard te zijn. Het onderstreept dat het bijzonder belangrijk is om – voordat een partij de ontbinding van een overeenkomst inroept – te inventariseren of wel aan alle vereisten is voldaan en op welke gronden er wordt ontbonden. Wordt er immers ten onrechte ontbonden, of op de verkeerde gronden, dan kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn.

Jan-Willem Kolenbrander

Advocaat franchise en commerciële contracten

Laatste nieuws

Franchise

Verjaringsperikelen bij prognose-zaken

Indien een franchisenemer bij het aangaan van de franchiseovereenkomst ondeugdelijke prognoses heeft gekregen van zijn franchisegever kan hij in sommige gevallen de franchiseovereenkomst vernietigen op grond van dwaling. Maar dat moet hij dan wel binnen een bepaalde termijn doen. Is de franchisenemer te laat met zijn beroep op dwaling dan is zijn vordering verjaard.

25 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisegever moet schadevergoeding voldoen omwille van onregelmatige beëindiging

Het onregelmatig beëindigen van een franchiseovereenkomst zorgt er voor dat de partij, die ten onrechte beëindigt, schadeplichtig wordt jegens de andere partij. En dat kan grote financiële gevolgen hebben, zoals ook blijkt uit de casus die in deze blog wordt besproken.

9 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisenemer vraagt tevergeefs vernietiging non-concurrentiebeding

Een postcontractueel non-concurrentiebeding is een beding dat een franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst verbiedt om met de formule concurrerende activiteiten te ontplooien. Een franchisenemer die is gebonden aan een dergelijk postcontractueel non-concurrentiebeding kan zich op allerlei standpunten stellen om de werking van dit beding aan te tasten. Vaak blijkt echter dat deze standpunten niet tot het gewenste resultaat leiden, te weten het terzijde schuiven van het postcontractuele non-concurrentiebeding, zoals ook blijkt uit de volgende casus.

6 oktober 2022

Meer hierover