Portretrecht

7 januari 2022

Coolblue mag portret van ontslagen werknemer blijven gebruiken

Portretrecht

Sabrina Krassenburg & Teun Pouw

In een uitspraak van 17 december 2021 heeft  de rechter geoordeeld dat een ex-werknemer van Coolblue zowel impliciet als expliciet toestemming heeft gegeven voor publicatie van zijn portret. Daarnaast weegt het commercieel belang van Coolblue zwaarder  dan het privacybelang van de ex-werknemer. Coolblue mag het portret blijven gebruiken.

De casus

Werknemer treedt in dienst bij Coolblue op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. In deze arbeidsovereenkomst is onder andere de volgende bepaling opgenomen:

“Jij bent ons gezicht. Daarom gebruiken we graag beeldmateriaal met jouw portret erop. Dat zetten we op onze website en op YouTube, in folders, boekjes, jaarverslagen en al onze andere uitingen. Dat vind jij leuk en je moeder ook. Vanzelfsprekend doe je afstand van het portretrecht, ook voor de periode na je dienstverband. Dan hebben we gelukkig de foto’s nog…”

De arbeidsovereenkomst is vervolgens voor bepaalde tijd verlengd. In deze arbeidsovereenkomst is eveneens voorgenoemde bepaling opgenomen. De arbeidsovereenkomst is daarna voor onbepaalde tijd voortgezet op basis van dezelfde arbeidsvoorwaarden.

In augustus 2020 is de werknemer (rechtsgeldig) op staande voet ontslagen. De inmiddels ex-werknemer meent daarna dat er inbreuk wordt gemaakt op zijn portretrecht. De ex-werknemer schrijft Coolblue aan. Daarbij is verzocht om zijn portret op bij Coolblue in gebruik zijnde bestelbussen te verwijderen en om een promotievideo met beeldmateriaal van ex-werknemer offline te halen. Daarnaast heeft de ex-werknemer verzocht om een schadevergoeding van € 25.000, -. Coolblue geeft hier geen gehoor aan. De ex-werknemer stapt vervolgens naar de rechter.

Vonnis rechtbank Rotterdam

De kantonrechter van de rechtbank Rotterdam oordeelt:

“Van toestemming tot het gebruik van het portret is alleen sprake indien de geportretteerde met de wijze waarop de foto is gepubliceerd expliciet heeft ingestemd dan wel geacht moet worden daarmee impliciet te hebben ingestemd.”

De ex-werknemer stelt dat deze toestemming ontbreekt, nu Coolblue bij het omzetten naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd niet meer heeft gevraagd om in te stemmen met het gebruik van zijn portretrecht. 

De rechter gaat hier niet in mee en oordeelt dat er geen sprake is van een stilzwijgende verlenging van de arbeidsovereenkomst. Zo heeft de werknemer niet betwist de brieven over de verlenging steeds te hebben ontvangen. Bovendien oordeelt de rechter dat:

“… toestemming voor (de wijze van) publicatie van het portret door de geportretteerde niet altijd expliciet hoeft te worden gegeven, doch deze toestemming ook impliciet, uit bijvoorbeeld de gedragingen van de geportretteerde, kan worden afgeleid.”

en

“Op basis van de door partijen overgelegde stukken en hetgeen door hen naar voren is gebracht, is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] zowel impliciet als expliciet kan worden geacht zijn toestemming voor de (wijze van) publicatie van zijn portret in de reclame-uitingen van Coolblue te hebben gegeven.”

De rechter oordeelt dan ook dat een expliciete instemming van de ex-werknemer met de publicatie van zijn portret kan worden afgeleid uit de overeengekomen arbeidsvoorwaarden. Ook kan hieruit worden afgeleid dat Coolblue beeldmateriaal met het portret van de ex-werknemer erop wenste te gebruiken in haar reclame-uitingen en dat de werknemer afstand deed van zijn portretrecht, ook voor de periode na zijn dienstverband.

Daarnaast kan een impliciete instemming van de ex-werknemer uit diverse gedragingen van de ex-werknemer worden afgeleid. De ex-werknemer heeft immers vrijwillig meegewerkt aan het maken van foto’s en het figureren in een promotievideo van Coolblue. De ex-werknemer heeft nimmer bezwaar gemaakt tegen het gebruik van zijn portret in reclame-uitingen van Coolblue.

De rechter acht het begrijpelijk dat de ex-werknemer vanwege het eindigen van zijn dienstverband niet meer met Coolblue geassocieerd wenst te worden, maar de rechter vindt daarbij dat “de eventuele negatieve gevolgen” van (de wijze van) het eindigen van het dienstverband het gevolg zijn van het handelen van de ex-werknemer zelf. Bovendien staat dat in beginsel los van de (wijze van) publicatie van zijn portret.

Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG)

De ex-werknemer wilde zijn toestemming voor de verwerking van de gegevens (met betrekking tot zijn portret) intrekken en heeft in dit kader ook een beroep gedaan op de AVG.. De rechter maakt daarbij een belangenafweging tussen het recht op eerbiediging persoonlijke levenssfeer (artikel 8 EVRM) en de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM).

Voor wat betreft de persoonlijke levenssfeer oordeelt de rechter:

“De geportretteerde zal door het publiek worden geassocieerd met het betreffende product of de dienst, waarbij het publiek in het algemeen - en doorgaans terecht - ervan uit zal gaan dat het gebruik van het portret niet zal zijn gebeurd zonder toestemming van de geportretteerde en de opname van het portret in de reclame-uiting zal opvatten als een blijk van publieke ondersteuning van het product of de dienst door de geportretteerde. Op deze gronden is het op een dergelijke wijze gebruiken van een portret in beginsel aan te merken als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de geportretteerde...”

Voor wat betreft het commercieel belang en de vrijheid van meningsuiting oordeelt de rechter:

“Coolblue heeft een commercieel belang om voor de door haar aangeboden producten en diensten reclame te maken, een belang dat valt onder de bescherming van artikel 10 EVRM. Bovendien heeft Coolblue onweersproken gesteld dat - indien zij niet langer gebruik zou mogen maken van de foto van [eiser] - de kosten onredelijk hoog en de impact op haar bedrijfsvoering enorm zouden zijn.”

Coolblue is bovendien al deels aan de belangen van de ex-werknemer tegemoet gekomen doordat zijn portret op de bestelbussen zal worden uitgefaseerd, zijn portret niet in andere of nieuwe uitlatingen zal worden gebruikt en de promotievideo inmiddels op YouTube is verwijderd.

De rechter is al met al van oordeel dat Coolblue een voldoende gerechtvaardigd belang aan de orde heeft gesteld, waarbij onder deze specifieke omstandigheden de verwerking van de persoonsgegevens noodzakelijk (proportioneel en subsidiair) is en bij de afweging tegen het belang van de ex-werknemer de inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer kan rechtvaardigen.[7] Het commercieel belang van Coolblue weegt in dit geval zwaarder dan het privacybelang van de ex-werknemer.

Samengevat:

Coolblue maakt geen inbreuk op het portretrecht van de ex-werknemer. De ex-werknemer heeft geen redelijk belang dat zich tegen de openbaarmaking van zijn portret verzet. De ex-werknemer heeft namelijk zowel impliciet als expliciet toestemming gegeven aan Coolblue voor publicatie van zijn portret. Het beroep op de AVG slaagt evenmin. De werknemer zal zichzelf dus nog enige tijd kunnen (lees: moeten) bewonderen op rondrijdende bestelbussen. Wel staat nog hoger beroep open.

Sabrina Krassenburg

Advocaat

en

Teun Pouw  

Advocaat IE-/IT-recht en BMM-merkengemachtigde

Laatste nieuws

Franchise

Verjaringsperikelen bij prognose-zaken

Indien een franchisenemer bij het aangaan van de franchiseovereenkomst ondeugdelijke prognoses heeft gekregen van zijn franchisegever kan hij in sommige gevallen de franchiseovereenkomst vernietigen op grond van dwaling. Maar dat moet hij dan wel binnen een bepaalde termijn doen. Is de franchisenemer te laat met zijn beroep op dwaling dan is zijn vordering verjaard.

25 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisegever moet schadevergoeding voldoen omwille van onregelmatige beëindiging

Het onregelmatig beëindigen van een franchiseovereenkomst zorgt er voor dat de partij, die ten onrechte beëindigt, schadeplichtig wordt jegens de andere partij. En dat kan grote financiële gevolgen hebben, zoals ook blijkt uit de casus die in deze blog wordt besproken.

9 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisenemer vraagt tevergeefs vernietiging non-concurrentiebeding

Een postcontractueel non-concurrentiebeding is een beding dat een franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst verbiedt om met de formule concurrerende activiteiten te ontplooien. Een franchisenemer die is gebonden aan een dergelijk postcontractueel non-concurrentiebeding kan zich op allerlei standpunten stellen om de werking van dit beding aan te tasten. Vaak blijkt echter dat deze standpunten niet tot het gewenste resultaat leiden, te weten het terzijde schuiven van het postcontractuele non-concurrentiebeding, zoals ook blijkt uit de volgende casus.

6 oktober 2022

Meer hierover