Beschermde oorsprongsbenaming

27 september 2021

Champagne versus Champanillo

Beschermde oorsprongsbenaming

Teun Pouw

In een zaak in Spanje stond de beschermingsomvang van de beschermde oorsprongsbenaming “Champagne” centraal. Een eigenaar van enkele tapasbars gebruikte de naam “Champanillo” voor zijn bars, samen met een logo met daarop twee (klinkende) glazen met daarin champagne, althans een mousserende drank. De belangenbehartiger van champagne, het CIVC (“het Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne”), kwam hier tegen in verzet.

Champagne versus Champanillo

Champagne versus Champanillo

In een zaak in Spanje stond de beschermingsomvang van de beschermde oorsprongsbenaming “Champagne” centraal. Een eigenaar van enkele tapasbars gebruikte de naam “Champanillo” voor zijn bars, samen met een logo met daarop twee (klinkende) glazen met daarin champagne, althans een mousserende drank. De belangenbehartiger van champagne, het CIVC (“het Comité Interprofessionnel du Vin de Champagne”), kwam hier tegen in verzet.

Beschermde Oorsprongsbenamingen

Chamgpagne is een zogenaamde “Beschermde Oorsprongsbenaming (“BOB”). Dit is een aan het merkenrecht verwant beschermingsrecht. Een dergelijke benaming wordt door de Europese Commissie gegeven aan producten, waarvan productie, verwerking en bereiding plaatsvindt binnen een bepaalde geografische regio volgens een erkende en gecontroleerde werkwijze. Voorbeelden van Nederlandse BOB’s zijn kazen als Kanterkaas en Noord-Hollandse Gouda. Deze laatste kaas mag bijvoorbeeld alleen door Noord-Hollandse kaasmakers gemaakt worden met uitsluitend melk van koeien die in Noord-Holland in de wei staan. Andere Nederlandse producten met Europese bescherming vindt u hier. Bekende buitenlandse BOB’s zijn bijvoorbeeld Feta en de Italiaanse Parma ham (“Prosciutto di Parma”).

De Spaanse kwestie

Op basis van de beschermde BOB “Champagne” mogen andere partijen geen dranken met die naam – of een hiermee overeenstemmende naam – op de markt brengen. Dat was echter niet wat de Spaanse eigenaar van de tapasbars hier deed. Hij exploiteert immers slechts enkele bars onder een overeenstemmende naam. Feitelijk gebruikt hij deze naam dus voor het verlenen van (horeca)diensten en niet voor het verkopen van bepaalde dranken met die naam. In de Spaanse procedure stond daarom de vraag centraal of een BOB ook bescherming verleent tegen gebruik van een BOB voor diensten (en dus niet voor soortgelijke producten als waarop de bescherming van de BOB ziet).

Het Europese Hof van Justitie schept in een arrest van 9 september jl. duidelijkheid: Ook het gebruik van een BOB voor diensten kan inbreuk makend zijn, zelfs als het gaat om diensten die niet-soortgelijk c.q. verwant zijn aan de beschermde producten. In de woorden van het Europese Hof kan van inbreuk sprake zijn:

“wanneer het gebruik van een benaming bij een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde Europese consument een voldoende rechtstreeks en duidelijk verband tussen deze benaming en de BOB oproept. Het bestaan van een dergelijk verband kan blijken uit verschillende elementen, in het bijzonder de omstandigheid dat die benaming een deel van de beschermde benaming bevat, de fonetische en visuele gelijkenis tussen de twee benamingen en de overeenstemming die daaruit voortvloeit en, zelfs wanneer deze elementen ontbreken, de omstandigheid dat de BOB en de benaming in kwestie conceptueel dicht bij elkaar liggen of dat de onder die BOB vallende producten en de producten of diensten waarop die benaming betrekking heeft, soortgelijk zijn. In het kader van deze beoordeling dient de verwijzende rechter rekening te houden met alle relevante elementen betreffende het gebruik van de benaming in kwestie.

Ten slotte

De zaak wordt terug verwezen naar de Spaanse rechter om deze regels van het Europese Hof toe te passen. Het Franse CIVC kan echter vast wat flessen van de door haar beschermde drank koud leggen en de Spaanse horeca-eigenaar lijkt er verstandig aan te doen vast een nieuwe naam te gaan kiezen...

Teun Pouw Advocaat IT/IE-recht en (erkend) BMM-merkengemachtigde

Laatste nieuws

Franchise

Verjaringsperikelen bij prognose-zaken

Indien een franchisenemer bij het aangaan van de franchiseovereenkomst ondeugdelijke prognoses heeft gekregen van zijn franchisegever kan hij in sommige gevallen de franchiseovereenkomst vernietigen op grond van dwaling. Maar dat moet hij dan wel binnen een bepaalde termijn doen. Is de franchisenemer te laat met zijn beroep op dwaling dan is zijn vordering verjaard.

25 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisegever moet schadevergoeding voldoen omwille van onregelmatige beëindiging

Het onregelmatig beëindigen van een franchiseovereenkomst zorgt er voor dat de partij, die ten onrechte beëindigt, schadeplichtig wordt jegens de andere partij. En dat kan grote financiële gevolgen hebben, zoals ook blijkt uit de casus die in deze blog wordt besproken.

9 november 2022

Meer hierover

Franchise

Franchisenemer vraagt tevergeefs vernietiging non-concurrentiebeding

Een postcontractueel non-concurrentiebeding is een beding dat een franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst verbiedt om met de formule concurrerende activiteiten te ontplooien. Een franchisenemer die is gebonden aan een dergelijk postcontractueel non-concurrentiebeding kan zich op allerlei standpunten stellen om de werking van dit beding aan te tasten. Vaak blijkt echter dat deze standpunten niet tot het gewenste resultaat leiden, te weten het terzijde schuiven van het postcontractuele non-concurrentiebeding, zoals ook blijkt uit de volgende casus.

6 oktober 2022

Meer hierover